Sensatiedrang

Je hebt van die mensen die overal bij willen zijn. Die langzaam gaan rijden als er op de andere rijbaan een ongeluk gebeurd is. Of die uit pure sensatiedrang een flauwgevallen festivalganger van dichtbij willen zien. Dat is natuurlijk niet zo netjes: uit nieuwsgierigheid naar het leed van andere mensen kijken.

Ik ben me dan ook enorm met mijn eigen zaken aan het bemoeien als mijn rustige avond wordt verstoord door vreemde geluiden. Ik zit net lekker in bad als ik glasgerinkel hoor en me afvraag of het afkomstig is van een van de ruitjes in onze auto. Onmogelijk, die staat te ver weg geparkeerd om dat te kunnen horen. Het moet dus wel een ruit zijn van een van de winkels waarboven we wonen.

Ik gooi mijn tijdschrift naast de badkuip en hijs mezelf uit het water. Terwijl ik een handdoek van de wastafel gris, zet ik het badkFiremanamerraam op een kier. Met mijn gezicht tegen het kozijn gedrukt kijk ik naar buiten. Een jongen staat nieuwsgierig te kijken naar een groot gat in de schuifpui van het cafxe9 aan de overkant van de straat. Door het gat komen donkere rookwolken naar buiten. ‘Er is brand!’, concludeer ik, terwijl mijn hartslag wat versnelt. Binnen enkele minuten -mijn voeten zijn inmiddels verkleumd door de koude wind die de badkamer inwaait- , staat de straat vol brandweermannen en politieagenten.

Ik roep mijn echtgenoot; dit moet hij zien. Langzaam slentert hij de badkamer in en kijkt over mijn schouder naar wat er buiten gebeurt. Na twee minuten gelooft hij het wel. Hij mompelt wat en gaat terug naar de Bond-film waarin hij verdiept was. Ik blijf nog maar even staan.

Ondertussen beginnen aan het eind van de straat groepjes buurtbewoners samen te scholen. Een man met een peuter op zijn arm raakt in gesprek met een vrouw die de hond aan het uitlaten was. Ze zoeken een goede plek tegenover het cafxe9 om de boel zo goed mogelijk te kunnen zien. Ook elders in de straat zie ik hoe mijn buurtgenoten hun nieuwsgierigheid niet de baas kunnen. Luxaflex worden opgehesen en balkondeuren gaan open. Zelf steek ik mijn hoofd wat verder uit het raam.

Na een minuut of twintig is het voorbij. De politieagenten praten nog wat na en de brandweermannen stappen weer in hun wagen. De ergste rook is verdwenen en de eigenaar van het cafxe9 is inmiddels gearriveerd. Echt ernstig lijkt het niet geweest te zijn. De meeste toeschouwers lopen weer door. Ik doe het raam weer dicht. Ik wil weer terug in bad en zet mijn linkervoet in het water. Het is koud geworden. Dan nog maar even kijken hoe de cafxe9-eigenaar de glasscherven opveegt.

28 October 2008
By on 22:10
papa

Vroeger, toen ik klein was, dacht ik datmijn vader alles wist. Dat geldt waarschijnlijk voor de meeste kinderen, maarbij mij is het eigenlijk nooit overgegaan. Allerlei dingen die een ander mensnooit geleerd heeft of misschien nooit heeft onthouden, wist mijn vader wxe9l.

Zo stonden we een keer op het strand vanScheveningen. Ik was toen een jaar of tien. We keken naar het zand, waarovereen klein laagje zeewater stroomde. Hij vertelde me over de stromingstoestand’schietend water’ en over de ‘watersprongen’ die zich vlak voor onze voetenmanifesteerden.

En op weg naar xe9xe9n van onzevakantiebestemmingen legde hij de werking van vliegtuigvleugels aan me uit.Compleet met functiebeschrijving van de fleps en een schetsje ter illustratie. Elkekeer als ik nu in een stijgend of dalend vliegtuig zit, denk ik daar aan. Voorde meeste mensen zijn het ontzettend saaie onderwerpen, maar ik heb het altijdknap gevonden dat mijn vader dat allemaal zomaar wist.

Toen ik later op mezelf ging wonen, waren erminder momenten waarop mijn vader me spontaan van een weetje of feitje konvoorzien. Dus moest ik zelf zorgen dat ik aan informatie kwam. Als ik bij hetophangen van een lamp niet wist welke draden ik op elkaar moest aansluiten,belde ik mijn vader. Ook pakte ik vaak de telefoon als ik moest leren voor eengeografie- of geschiedenistentamen. Want of het nu ging om wat extra uitlegover architectuur in de jaren vijftig, of achtergrondinformatie over de KoudeOorlog, mijn vader had zijn kennis paraat.

Daar stond ik nogal eens van te kijken, wathem op zxedjn beurt weer verbaasde. Ik had het immers zelf ook ooit geleerd opschool. "Wat heeft het voor zin iets te leren, als je het daarna weervergeet?", vond hij. Kortom, mijn vader wist alles.

De enige keer waarop hij echt geenantwoord had op mijn vraag, was toen ik hem een maand of drie geleden vroegwaarom we nou niets aan zijn situatie konden veranderen. Had er nou nxedemand eenoplossing voor zijn ziekte? Nee dus. "Daar is nu eenmaal niks aan tedoen", was zijn reactie.

Het nam niet weg dat mijn vader bleefdoorleren. Ongeveer twee maanden voor zijn dood vroeg hij me een paarluister-cd’s te kopen bij de boekwinkel, omdat zelf lezen hem niet meer lukte.Ik haalde onder andere een cd met verhalen van Hella Haasse. Maar vooral het hoorcollegeover de wereldgeschiedenis van Maarten van Rossem wilde hij graag hebben. Want"je mag dan wel klaar zijn met school, een mens is nooit uitgeleerd",vond hij. Terwijl mijn vader in bed lag, hebben we die avond samen naar heteerste hoofdstuk van Van Rossems hoorcollege geluisterd. De andere zevenhoofdstukken liggen nog op me te wachten.

Iets anders wat ik van mijn vader leerde, maar watvan een compleet andere orde is dan de geschiedenislessen die ik van hem kreeg,is hoe je op onopvallende wijze snoep- en koekverpakkingen uit de voorraadkastkunt openmaken. Dat deden we vaak als mijn moeder er niet was. Met een mesjesneed hij voorzichtig de randjes van een nog ongeopend pak koekjes los, waarnamijn zusje en ik een deel van de inhoud eruit haalden. Voorzichtig, wantde inhoud moest natuurlijk zo min mogelijk beschadigd raken. Daarna lijmden wehet weer netjes dicht en zetten we het terug in de kast. Dat vonden we alledrie fantastisch.

Inmiddels beschikken mijn zusje en ik allebei overonze eigen voorraadkast dus stiekem verpakkingen openmaken is niet meer nodig.Blijven leren wxe9l. Daarop heeft mijn vader altijd gehamerd. Of het nu via een studieEdelsmeden, Journalistiek of gewoon een handig naslagwerk is, je moet altijd jealgemene ontwikkeling proberen te verbreden.

Het verklaart de enorme hoeveelheidnaslagwerken in zijn kast. In de boekenkast die ik drie jaar geleden van Cokreeg, komt nu ongetwijfeld en rij van zijn boeken te staan. Handig, om zo nuen dan eens wat in op te zoeken. En bovendien kan ik zo indirect toch nog watvan Co blijven leren.

 

2 January 2008
By on 16:03

In een hospice is het gezellig. Er liggen dan wel mensen dood te gaan, maar sombere medewerkers zul je er niet zien. De vrijwilligers zijn altijd vrolijk, zetten knusse kopjes thee en komen zo nu en dan eens buurten bij de ‘gastbewoners’. Om even te kletsen of om de bloemen van extra water te voorzien. En wie xe9cht zin heeft in gezelligheid, kan beneden in de woonkamer vertoeven.

30 December 2007
By on 18:20
Totale ontspanning

"Even lekker ontspannen", zegt de witgebroekte man terwijl hij op me afloopt. Het is de reden waarom ik vandaag naar het saunacomplex gegaan ben dus dat komt goed uit. Een massage leek me daarom wel geschikt.

Ik volg de grijze vijftiger naar een van de ruimtes waar mijn halfuurdurende behandeling gaat plaatsvinden. Ondertussen probeer ik te wennen aan de gedachte dat de thermenorganisatie een mannelijke medewerker op me heeft afgestuurd, in plaats van een vrouwelijke. Daar had ik niet op gerekend. Niet aanstellen, dit is ongetwijfeld een professioneel vakman, zeg ik tegen mezelf. Maar het zit me niet lekker.

In de steriele ruimte die wel wat wegheeft van een tandartskamer, hang ik mijn badjas aan een haakje. Met mijn gezicht naar beneden neem ik plaats op de massagetafel. Kom maar op met die ontspanning. Ik lig nog nauwelijks of de masseur giet een lekker geurende olie op mijn rug. Jammer genoeg is-ie bloedheet. Au. Maar goed, kan gebeuren.

Vervolgens gaat de thermenmedewerker dan echt aan het werk. Binnen een minuut heeft hij mijn nekspier (heet dat zo?) te pakken. En hoe! Ik doe mijn best niet te schreeuwen. Even later gebeurt het tegenovergestelde. De man gaat aan de slag met mijn zij, de plek waar mijn lachspier zich bevindt. Met mijn hoofd in het kussen lig ik stiekem te lachen.

Snel trek ik mijn gezicht in de plooi als ik me moet omdraaien. Omdraaien..? Ik zou toch een rugmassage krijgen? Kennelijk niet, want de man begint mijn gezicht te voorzien van wat waarschijnlijk een drukpuntmassage is. Achtereenvolgens legt hij zijn vingertoppen op mijn voorhoofd, slapen en neus. Als hij daarna secondenlang mijn mondhoeken aanraakt, schiet ik opnieuw bijna in de lach.

Na nog wat gedoe met mijn hoofd, waarbij ik de adem van de masseur hoor xe9n ruik, is het voorbij. Goddank. Voordat ik mag gaan, wil de man nog even weten wat ik ervan vond. "Net alsof je even geslapen hebt", zeg ik dan maar. Raak, want volgens de masseur zie ik er nu niet alleen veel kalmer uit, maar heb ik inderdaad enkele minuten geslapen. Kennelijk heb ik de rol van totaal ontspannen saunabezoeker goed gespeeld.

Na afloop moet ik eerst even bijkomen met een warm voetenbadje. Daarna ga ik maar meteen naar huis. Even ontspannen met een flinke beker pepermuntthee.

16 December 2007
By on 23:48
Rennersgroet

Zeilers doen het, mensen die in een Kever rijden en mensen die hun hond uitlaten als het rustig is op straat: elkaar groeten. Ze hebben elkaar nooit eerder ontmoet, maar voelen zich toch heel even verbonden.

Running3Een andere club waarvan de leden vriendelijk knikken tijdens het passeren, zijn de hardlopers. De sportievelingen die tussen werk en avondeten een stukje door de buurt rennen. Ik behoor sinds een paar maanden ook tot die categorie. Hoewel ik dus nog een beginner ben, begroeten mijn mederenners mij als volwaardig deelnemer aan de hardloopsport.

Zo ook vanavond. Tijdens mijn hardloopsessie in de Vogelwijk (een echte hardloopwijk, want veel groen en lekker rustig) onderging ik meerdere malen de rennersgroet. Een groepje joggers in gele hesjes glimlachte mij vriendelijk toe, terwijl ik met rood hoofd door het zand van een opengebroken straat ploegde. En even verderop ontving ik een knikje van een vrouwelijke recreant. Ik werd zelfs kort toegezwaaid door een hollende vijftiger.

Ik zwaai enthousiast terug, alsof ik dit al jaren met het grootste gemak doe. Want niemand ziet dat mijn schoenen nog vrijwel nieuw zijn. Bovendien bevalt het me wel, zo’n fictief lidmaatschap van de Club van Fanatieke Hardlopers. Geen tenue, vrij van verplichte bardiensten en zonder contributie. En dan na afloop, zoals vandaag, lekker op de bank met een stapel pannenkoeken.

24 September 2007
By on 19:10
Bridezilla?

BridezillaJe ziet ze wel eens op tv: van die vrouwen die na het aanzoek van eenlieftallige vriendin in een monsterlijke bruid in-spxe9 veranderen. Zecommandeert iedereen en wie niet per direct gehoor geeft aan haar eisen, kan zich maar beter bergen.

Voor de duidelijkheid: zo ben ik niet. Maar ik kan niet ontkennen dat ik enig gevoel vanbegrip kan opbrengen voor zulke bridezilla’s. Want ook al roeptiedereen nog zo hard dat het gaat om de eeuwige trouw die er beloofdwordt en niet om de vraag of de servetten bij elkaar passen, ook xedkstreef naar perfectie.

Nu vind ik de servetten niet zobelangrijk. Maar al het andere wel. Bloemen, ballonnen, bruidstaart.. alles moet in hetkleurenschema van mijnonze dag passen. Dat moederlief en ik daarvoor stad en land af moetenreizen en ik menig avond tot diep in de nacht op internet zit.. dat isdan maar zo. Maar, in tegenstelling tot de echte bridezilla loop ikniet iedereen af te snauwen. Ik probeer het in elk geval tot eenminimum te beperken.

Ondertussen houdt mijn verloofde het hoofdkoel. Hij wordt ‘s nachts niet wakker om na te denken over degastenlijst of de kleur van zijn schoenen. Hij kijkt zo nu en dan hoehet gaat met financixebn en pleegt af en toe een telefoontje. Hartstikkerelaxed.

Van andere, reeds getrouwde stellen, begreep ik dathet een normale gang van zaken is: vrouw is non stop in de weer enmanlief ziet het allemaal maar een beetje aan. Wat dat betreft is mijnregelwoede kennelijk standaard. Prima. Zolang onze trouwdag dat maar niet is.

25 August 2007
By on 07:59

Wij mensen vinden ons enorm gexebvolueerd. Vergeleken met hoe het er in de steentijd aantoe ging, zijn we dat natuurlijk ook. We hebben manieren bedacht om onszelf zo snel mogelijk te vervoeren en ?? Maar als de zon schijnt gaan we massaal een paar miljoen jaar terug in de tijd. Dan gaan we in grote groepen op het strand liggen. Nu is de aap voor zover ik weet geen fervente badgast, maar daar houdt het verschil tussen de aap en de ontspannen homo sapiens dan ook wel op.

Want wat doen mensen zoal op het strand? Weinig. Een beetje om zich heen kijken naar hoe soortgenoten zich gedragen, slapen en eten.

6 August 2007
By on 08:43
Wonderen

Ik geloof het nog niet helemaal, maar het is toch echt zo: ik ben vanmorgen geslaagd voor mijn rijexamen. Hoe ik het voor elkaar heb gekregen weet ik niet, maar ik moet zeggen dat het BNOR-examen absoluut een slok op een borrel scheelt.

Voor wie daarmee niet bekend is, het werkt zo: wie vier keer gezakt is, vertrekt bij het vijfde examen niet vanuit het CBR, maar vanuit een hotel of een restaurant in de buurt. Bij mij was het de lobby van een Campanile Hotel. Je bent daar niet omringd door bloednerveuze medeleerlingen en bovendien zijn de examinators een stuk relaxter. Die van mij zxe9ker.

De beste man zat eenmaal in de auto gezellig mee te zingen met Sky Radio. "En als je even een rondje om de auto wilt rennen om van de zenuwen af te komen, dan hoor ik het wel", liet hij mij weten. Dat was gelukkig niet nodig. Vlekkeloos ging mijn examen niet, maar eenmaal terug op de parkeerplaats van het hotel zei de examinator het maar meteen: "Je bent geslaagd hoor, meid."

Nou moet ik zeggen.., het ging dit keer inderdaad beter dan tijdens eerdere rijexamens. Volgens mijn instructeur kwam het doordat hij extra kritisch tegen me geweest was. Zijn ‘de wonderen zijn de wereld nog niet uit’-opmerking van de heenweg was inderdaad behoorlijk kritisch. Maar of dat geleid heeft tot mijn goede prestatie tijdens het examen, betwijfel ik. Ik kan gewoon enorm goed rijden!

1 August 2007
By on 11:10
Verkeersagressie

Je hebt wel eens dat sommige mensen je gewoon niet zo liggen. De oorzaak daarvan is niet altijd duidelijk, maar de gevolgen zijn meestal wel helder: irritatie en frustratie. En dat is dus precies de situatie waarin ik me bevind.

Sinds een week of zes heb ik een nieuwe autorij-instructeur. Gespecialiseerd in probleemgevallen, aldus de rijschool. Dat kwam goed uit, want volgens de statistieken ben ik zo’n probleemgeval. Met talloze rijlessen en vier examens achter de rug, is het zakken vullen bij het CBR. Reden genoeg tot een stevige dosis betutteling, lijkt mijn instructeur gedacht te hebben.

Tijdens de les spreekt hij me toe alsof ik niet helemaal goed bij mijn hoofd ben. In het begin dacht ik nog dat ik te maken had met een bijzonder grappige instructeur. Niets is minder waar. ‘Van hoeveel kanten steken voetgangers de zebra over?’ was een serieuze vraag. Net als de volgende breinbreker: ‘Een van de onderdelen tijdens het examen is het rijden op rechte en bochtige…..?’ Denk naScreaming_womansmall1_1..denk na.. ‘Weggedeelten!’ Soms komt ook ineens de poxebtische instructeur om de hoek kijken. ‘..want is autorijden niet net als het leven? Soms moeilijk en soms gemakkelijk?’

Kortom: soms wil ik niets liever dan met mijn hoofd tegen het stuur slaan. Keihard. Tot nu toe heb ik me weten in te houden. Ik zou natuurlijk een andere instructeur kunnen aanvragen. Maar nu ik nog maar zeven dagen van het examen verwijderd ben, is dat weer niet zo handig. Ik vrees dus dat ik die laatste rijlessen maar moet uitzitten. Ik ben benieuwd hoe mijn instructeur reageert op agressie in het verkeer…

25 July 2007
By on 18:38
Weggooien

Het is niet mijn sterkste punt, opruimen. Het lukt nog net de wasmachine op tijd aan te zetten en zo nu en dan met de Swiffer door het huis te gaan. De echte problemen beginnen pas als er spullen weggegooid moeten worden. Daar ben ik niet goed in.

Het jurkje dat ik droeg tijdens een ontzettend leuk klassenfeest in strandtent De Peer (1995) hangt dus nog altijd in de kast. Net zoals het gebloemde truitje waaraan ik mijn eerste zakgeld besteedde (1994). En in mijn bureaulade ligt voor ongeveer dertien jaar aan oude agenda’s. Misschien is het een typisch vrouwending, die verzamelwoede. Maar dat maakt het er niet minder lastig om. Want die troep neemt kostbare ruimte in beslag.

KnufEen paar dagen geleden heb ik mezelf een nieuw weggooidilemma op de hals gehaald. Met een verhuizing in het vooruitzicht is mijn vader thuis aan het opruimen geslagen. Bij dat proces moesten ook ongeveer zestig poppen, beren en andere knuffelbeesten er aan geloven. Ik was ze eigenlijk allang vergeten, maar nu moet ik kiezen: bewaren of weggooien?

Ongeveer dertig exemplaren, voornamelijk goedkope kermisknuffels, kon ik vrij gemakkelijk in een vuilniszak stoppen. Met toestemming van mijn zusje heb ik ook zonder twijfel afscheid genomen van haar trollenverzameling. In totaal heb ik dus al vijftig beesten linea recta de deur gewezen.

Met de overgebleven tien ligt het een stuk moeilijker. Die waren favoriet. Zij staan nu dus al twee dagen op de rand van de bank. Mij te confronteren met mijn opruimangst. Over een tijdje verdwijnen ze waarschijnlijk naar een donkere hoek in de kast. Om bij de volgende verhuizing weer aan een nieuwe selectieronde onderworpen te worden.

Trolls

8 July 2007
By on 20:51