papa
Vroeger, toen ik klein was, dacht ik datmijn vader alles wist. Dat geldt waarschijnlijk voor de meeste kinderen, maarbij mij is het eigenlijk nooit overgegaan. Allerlei dingen die een ander mensnooit geleerd heeft of misschien nooit heeft onthouden, wist mijn vader wxe9l.
Zo stonden we een keer op het strand vanScheveningen. Ik was toen een jaar of tien. We keken naar het zand, waarovereen klein laagje zeewater stroomde. Hij vertelde me over de stromingstoestand’schietend water’ en over de ‘watersprongen’ die zich vlak voor onze voetenmanifesteerden.
En op weg naar xe9xe9n van onzevakantiebestemmingen legde hij de werking van vliegtuigvleugels aan me uit.Compleet met functiebeschrijving van de fleps en een schetsje ter illustratie. Elkekeer als ik nu in een stijgend of dalend vliegtuig zit, denk ik daar aan. Voorde meeste mensen zijn het ontzettend saaie onderwerpen, maar ik heb het altijdknap gevonden dat mijn vader dat allemaal zomaar wist.
Toen ik later op mezelf ging wonen, waren erminder momenten waarop mijn vader me spontaan van een weetje of feitje konvoorzien. Dus moest ik zelf zorgen dat ik aan informatie kwam. Als ik bij hetophangen van een lamp niet wist welke draden ik op elkaar moest aansluiten,belde ik mijn vader. Ook pakte ik vaak de telefoon als ik moest leren voor eengeografie- of geschiedenistentamen. Want of het nu ging om wat extra uitlegover architectuur in de jaren vijftig, of achtergrondinformatie over de KoudeOorlog, mijn vader had zijn kennis paraat.
Daar stond ik nogal eens van te kijken, wathem op zxedjn beurt weer verbaasde. Ik had het immers zelf ook ooit geleerd opschool. "Wat heeft het voor zin iets te leren, als je het daarna weervergeet?", vond hij. Kortom, mijn vader wist alles.
De enige keer waarop hij echt geenantwoord had op mijn vraag, was toen ik hem een maand of drie geleden vroegwaarom we nou niets aan zijn situatie konden veranderen. Had er nou nxedemand eenoplossing voor zijn ziekte? Nee dus. "Daar is nu eenmaal niks aan tedoen", was zijn reactie.
Het nam niet weg dat mijn vader bleefdoorleren. Ongeveer twee maanden voor zijn dood vroeg hij me een paarluister-cd’s te kopen bij de boekwinkel, omdat zelf lezen hem niet meer lukte.Ik haalde onder andere een cd met verhalen van Hella Haasse. Maar vooral het hoorcollegeover de wereldgeschiedenis van Maarten van Rossem wilde hij graag hebben. Want"je mag dan wel klaar zijn met school, een mens is nooit uitgeleerd",vond hij. Terwijl mijn vader in bed lag, hebben we die avond samen naar heteerste hoofdstuk van Van Rossems hoorcollege geluisterd. De andere zevenhoofdstukken liggen nog op me te wachten.
Iets anders wat ik van mijn vader leerde, maar watvan een compleet andere orde is dan de geschiedenislessen die ik van hem kreeg,is hoe je op onopvallende wijze snoep- en koekverpakkingen uit de voorraadkastkunt openmaken. Dat deden we vaak als mijn moeder er niet was. Met een mesjesneed hij voorzichtig de randjes van een nog ongeopend pak koekjes los, waarnamijn zusje en ik een deel van de inhoud eruit haalden. Voorzichtig, wantde inhoud moest natuurlijk zo min mogelijk beschadigd raken. Daarna lijmden wehet weer netjes dicht en zetten we het terug in de kast. Dat vonden we alledrie fantastisch.
Inmiddels beschikken mijn zusje en ik allebei overonze eigen voorraadkast dus stiekem verpakkingen openmaken is niet meer nodig.Blijven leren wxe9l. Daarop heeft mijn vader altijd gehamerd. Of het nu via een studieEdelsmeden, Journalistiek of gewoon een handig naslagwerk is, je moet altijd jealgemene ontwikkeling proberen te verbreden.
Het verklaart de enorme hoeveelheidnaslagwerken in zijn kast. In de boekenkast die ik drie jaar geleden van Cokreeg, komt nu ongetwijfeld en rij van zijn boeken te staan. Handig, om zo nuen dan eens wat in op te zoeken. En bovendien kan ik zo indirect toch nog watvan Co blijven leren.
